Schrijftips

1. Val gerust met de deur in huis.

Veel zinnen, alinea’s of verhalen hebben een te lange aanloop: geeuw! Dan is je lezer al weg. Begin stellig; uitleg en onderbouwing geef je daarna.

2. Verras de lezer met wat jou verrast.

Zoek naar wat opmerkelijk is. Het laatste wat je wil is dat je lezers denken: ‘Nou en?’ Dus vermijd open deuren en streef niet naar volledigheid. Dat is voor jezelf ook leuker.

3. Schrijf gewonemensentaal.

Veel mensen gaan opeens deftige, abstracte taal gebruiken zodra ze schrijven. Een gemiste kans, want lezers voelen zich meer aangesproken door een tekst die dicht bij spreektaal ligt.

4. Gebruik anekdotes en verhalen.

Informatie die geïllustreerd wordt met voorbeelden, onthouden mensen beter. Zorg dus dat je lezers een ‘plaatje’ krijgen; prikkel de zintuigen en het voorstellingsvermogen.

5. Het hoeft niet in één keer goed.

Neem de tijd om je tekst te herzien en vergeet niet: schrijven is ook schrappen. Klaar? Lees je tekst hardop. Dan hoor je waar hij wrikt of hapert.

Denk je nu: makkelijk gezegd, maar hoe doe ik dat? Of wil je meer tips? Neem dan contact op.