«Terug naar teksten

Geschreven voor: Transfer, vakblad over internationalisering in het hoger onderwijs

Wetenschap in je moerstaal

Download artikel als PDF

Verengelsing van het hoger onderwijs belemmert popularisering wetenschap

Het Engels rukt op als wetenschapstaal, daar helpt geen moedertje lief aan. Dat de vele
Engelstalige masters docenten en studenten voor problemen stellen is wel bekend. Minder aandacht is er voor de invloed daarvan op het Nederlands. “Straks schrijven wetenschappers de meest krakkemikkige stukken naar de krant.”

Sylvia Verhulst 

Er werd wat lacherig gereageerd toen Arie Slob (ChristenUnie) tijdens het debat over de Internationaliseringsbrief van staatssecretaris Mark Rutte zei dat hij zich zorgen maakt over de positie van de Nederlandse taal. Slob was het enige Kamerlid dat bij die gelegenheid de verdrukking van het Nederlands door het Engels in het hoger onderwijs aan de orde stelde. Verder leek niemand in de Kamer zich dáár zorgen over te maken. Nederland loopt al een aantal jaren voorop in Europa bij het geven van Engelstalige opleidingen. Al bij meer dan duizend masteropleidingen is Engels de voertaal. Dit is onvermijdelijk als we internationaal willen communiceren en meetellen, zo is de algemene gedachte. Als er al aandacht is voor de ongewenste bijeffecten van die ontwikkeling gaat het vooral over de extra inspanningen die het Engels vraag van docenten en studenten en het verlies van rendement en studiekwaliteit. Minder staat men stil bij de het verdwijnen van het Nederlands als wetenschapstaal. Waar is Arie Slob eigenlijk bang voor? Slob: “Dat Nederland meegaat met de internationalisering van wetenschap en onderwijs is een logische ontwikkeling, maar ik vind dat we zorgzaam om moeten gaan met het onze taal. Het gebruiken van het Nederlands, vooral in het onderwijs, is de basis om die taal in stand te houden en te ontwikkelen. Ik zou het slecht vinden als het Engels gaat overheersen of als er niet meer in het Nederlands gepubliceerd zou worden. We hebben een eigen taal met een lange traditie, dat is veel waard.” Slob heeft er bij de staatssecretaris op aangedrongen dat die het onderwerp bespreekt met de onderwijsinstellingen.

Slecht woordgebruik
Is de Nederlandse taal bij een voortgaande verengelsing van het hoger en wetenschappelijk onderwijs inderdaad in het geding? En zo ja, hoe dan? Prof.dr. Arie Verhagen, hoogleraar taalkunde in Leiden en voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Neerlandici: “Er is nog niet echt onderzoek gedaan naar de invloed van Engelstalig onderwijs op de Nederlandse taalbeheersing van studenten, maar waarschijnlijk is die op de laag van de grammatica marginaal. Je moedertaal zit zo diep in je systeem, dat dat nauwelijks wordt aangetast door het hanteren van Engels als tweede taal.” Anders ligt dat volgens hem op het niveau van het woordgebruik. “Het gebruik van Engels in een bepaald domein heeft natuurlijk effect op het Nederlands, want dat ontwikkelt zich dan niet in dat domein. Dat zie je aan de terminologie en het jargon dat wetenschappers en studenten gebruiken.” Daar komt bij dat aankomende Nederlandse studenten vaak al slecht schrijven, merkt hij. “Anders dan bij studenten uit het Angelsaksische taalgebied is hun schriftelijke taalgebruik weinig gevormd op de middelbare school. Daardoor staan ze open voor invloed vanuit het Engels. Als ze in het Engels schrijven is dat geen probleem, maar wel als ze in het Nederlands schrijven.” Dus als je op de universiteit geen aandacht meer besteedt aan de schriftelijke taalvaardigheid, zullen academici straks naar de NRC de meest krakkemikkige ingezonden stukken schrijven, verwacht hij.

Kloof met samenleving
In 2001 probeerde Verhagen – vergeefs – zijn universiteitsbestuur op andere gedachten te brengen toen dit besloot dat Engels de standaard voertaal moest worden in de masterprogramma’s. Daarbij voorspelde hij onder andere dat deze maatregel de afstand tussen de universiteit en de Nederlandse samenleving zou vergroten. “Ik ben bang dat het invloed heeft op de popularisering van de wetenschap in ons land. Als veel kennisontwikkeling in het Engels plaatsvindt, kunnen wetenschappers dat niet meer aan gewone mensen uitleggen. Een van de redenen waarom het Latijn – vroeger de wetenschapstaal – is afgeschaft en vervangen is door de volkstaal, was de opkomende democratisering en het besef bij wetenschappers dat ze aan de samenleving verantwoording hebben af te leggen over wat ze aan het doen zijn. Met Engelstalig onderwijs versterk je het effect van de wetenschap in een ivoren toren.”

Herwaardering
Verhagen staat niet alleen met dit standpunt. Ook de KNAW, die in 2003 een advies uitbracht over tweetaligheid in de wetenschappen, bracht een reeks argumenten naar voren om – naast het Engels, dat wel – Nederlands te behouden als wetenschapstaal. Onder andere omdat het de plicht van wetenschappers is om niet alleen hun vakgenoten, maar ook hun landgenoten op de hoogte te houden van de ontwikkelingen in hun vakgebied. Publiceren zij nog louter in het Engels, dan sluiten zij mensen uit die deze taal minder goed beheersen, wordt het voor uitgevers minder interessant om hun boeken te publiceren en wordt de scheiding tussen internationaal georiënteerde academici en op de eigen samenleving gerichte technici, hulpverleners en docenten steeds groter. Een herwaardering van het Nederlands als wetenschapstaal zou bovendien de tanende bijdrage van wetenschappers aan het maatschappelijke debat kunnen stimuleren.
De universiteiten moeten ‘als dragers en hoeders van de cultuur en dus van de taal’ het Nederlands beschermen, vindt de KNAW. Als die steun wegvalt, dan blijft het Nederlands als spreektaal voortbestaan, maar zal het op den duur als cultuurtaal afkalven. “Creativiteit en kritische geest gaan verloren als de eigen taal heeft afgedaan als taal van de wetenschap. Een voorbeeld is het gebruik van metaforen, dat bij sommige disciplines juist voor het krijgen en doorgeven van inzichten van groot belang is.” Het gaat niet alleen om de uitwerking, precisering en verrijking van de woordenschat, maar ook om de beschikbaarheid en ontwikkeling van diverse stijlen van schriftelijke en mondelinge communicatie, zo stelt de adviescommissie.

‘Nederlands, tenzij…’
Engels zou dan ook niet de enige instructietaal moeten worden aan universiteiten, vindt de KNAW. Daarom kreeg het adviesrapport als titel mee: “Nederlands, tenzij…”. Arie Verhagen sluit zich daar van harte bij aan. “We zouden buitenlandse studenten voldoende passieve beheersing van het Nederlands moeten leren, zodat het onderwijs zoveel mogelijk in het Nederlands kan plaatsvinden. Een taal passief gaan beheersen vereist minder inspanning en heeft veel sneller effect dan een andere taal actief gaan beheersen. Daar gaat men bij dit beleid aan voorbij.” Ondertussen heeft hij er al een kratje Westmalle Tripel om verwed met universiteitsblad Mare: dat over een paar jaar het Engels aan de Nederlandse universiteiten nauwelijks zal zijn toegenomen. “Momenteel krijg ik er bij bestuurders weinig gehoor voor, die staan zo massief achter de gedachte dat het allemaal in het Engels moet, dat het zonde van de energie is om daar tegenin te gaan. Maar in Groningen krabben ze zich al achter de oren; daar is al zestig procent van de docenten op een intensieve taaltraining gestuurd. Dus ik denk dat de wal het schip wel zal keren.” Welaan, daar is geen woord Engels bij.