«Terug naar teksten

Geschreven voor: VillaMedia, vakblad over journalistiek.

Journalistieke duo’s lezen en schrijven met elkaar

Download artikel als PDF

Journalisten opereren meestal solistisch. Maar soms krijgen ze een verrassend productieve samenwerking met een collega, die jarenlang standhoudt. Uit welk hout moet je gesneden zijn om als koppel te opereren, wat levert hun samenwerking op en hoe doen ze het? Drie voorbeelden van onderzoeksjournalisten die letterlijk met elkaar kunnen lezen en schrijven.

Marian Husken en Harry Lensink (Vrij Nederland)

De veelvraat en de stilist

Heel recent nog verschenen er twee boeken van Marian Husken (62) en Harry Lensink (43): Spion in de onderwereld en De snelkookpanmoord. Eerder publiceerden ze samen Handboek Holleeder en De dodenlijst. De boeken zijn een uitvloeisel van hun werk bij Vrij Nederland, waar ze samen politie, justitie en criminaliteit coveren. “Wij vullen elkaar op cruciale punten aan.”
Dat ze zo vruchtbaar samenwerken komt onder andere omdat ze ook goed ruzie kunnen maken, vertellen ze vergenoegd halverwege het gesprek. Harry: “Mensen denken soms dat we heel kwaad op elkaar zijn. Ik ben er wel eens op aangesproken door collega’s: dat ik zo echt niet met Marian kon omgaan…” Marian, verbaasd: “Echt waar? Ach, wij noemen dat zelf discussiëren, maar we kunnen inderdaad fors van mening verschillen.”

Jullie verschillen ook twintig jaar qua leeftijd en ervaring. Hoe pakt dat uit?
Harry: “Marian werkt al dertig jaar bij Vrij Nederland – overigens niet altijd als onderzoeksjournalist – en zij heeft in al die jaren ongelooflijk veel informatie verzameld. Kennis die vooral in haar hoofd zat. Toen we voor het eerst samenwerkten aan een stuk over Willem Holleeder merkte ik niet alleen hoe waardevol die informatie is, maar ook dat het voor haar moeilijk was om die kennis alleen te behappen. We zijn er samen doorheen gegaan en ontdekten dat veel van die oude informatie waarde heeft voor actuele strafzaakonderzoeken.”
Marian: “Ja, ik loop al lang mee en heb veel bronnen die mij vertrouwen. Ik vind het ook belangrijk dat ik die bronnen aan iemand kan overdragen.”
Harry: “Daar heb ik al heel veel aan gehad. Het zit zó vol in haar hoofd dat ik er dingen uit kan plukken waarvan ze niet eens meer wist dat ze er zaten. We hebben samen haar brein ontsloten.”
Marian: “Voordat Harry hier kwam, in 2005, voelde ik me ook wel eens eenzaam op de redactie omdat ‘mijn’ onderwerpen – justitie, politie, criminaliteit – soms wat lastiger te slijten zijn bij collega’s en het publiek. Binnen de redactie sta je met zijn tweeën sterker.”

Hoe ziet jullie werkwijze er concreet uit?
Harry: “Marian is een veelvraat die heel veel onderwerpen bedenkt en op de agenda wil hebben. Ze haalt ook veel nieuws binnen via haar netwerk. Ik moet wel eens op de rem gaan staan omdat ik geen tien pannetjes op het vuur kan houden; ik wil me liever een tijdje richten op één of twee onderwerpen. Misschien ben ik wat luier en meer degene die achterover leunt en bekijkt wat daadwerkelijk kan leiden tot een publicabel verhaal.”
Marian: “Ja, ik kan binnenkomen met vijf onderwerpen en dan geen idee hebben welke ik het eerst zal aanpakken. Ik word gek van mezelf op zo’n moment en dan gebruik ik Harry om mijn hart uit te storten.”
Harry: “Verder is onze werkwijze heel gevarieerd. We zetten in het begin de lijnen uit en komen aan het eind weer bij elkaar. De ene keer schrijft de één een verhaal dat de ander becommentarieert en omgekeerd. Dan komen onze beide namen erboven. Een enkele keer verdelen we de alinea’s.”
Marian: “Je bent elkaars sparring partner, eindredacteur en soms ook advocaat van de duivel.”

Is jullie schrijfstijl naar elkaar toegegroeid?

Marian: “Ik heb een wat voorzichtige stijl en ben meer dan Harry geneigd om een citaat vrij letterlijk te houden. Dat heeft ook te maken met de juridische, gevoelige onderwerpen waar we over schrijven. Maar Harry schrijft beter: korter en flitsender. Hij heeft bij Nieuwe Revu en Quote gewerkt en dat is een andere stijl dan die van de VN-school. Veel directer. Hij is jonger en heeft meer de taal van deze tijd. Hij  dikt mijn alinea’s soms in en daar leer ik van.”
Harry: “Nou ja, 43 – zo jong is dat niet. En toch ben ik ook door Marian beïnvloed; ik ga nu minder vaak te kort door de bocht en kijk meer naar de mogelijke consequenties van wat we opschrijven.”

Heeft het ook een keerzijde: zo samenwerken?
Harry: “Je moet altijd rekening houden met de inbreng en visie van de ander. Soms voelt dat als water bij de wijn doen. Je ego moet ook niet te groot zijn, want je moet de honneurs altijd delen.”
Marian: “Ik zie geen keerzijde. Bedenk wel dat we niet altijd samen schrijven. We werken ook af en toe met andere collega’s en dat is heel fijn. Anders word je met zijn tweeën zo’n eilandje binnen de redactie.”

 

Manon Blaas en Ton van der Ham (Zembla, Vara)

De pitbull en de masseur

Bij het onderzoeksjournalistieke programma ZEMBLA van de Vara is het niets bijzonders: werken in duo’s. Een redacteur en een verslaggever werken daar altijd samen. Toch vormen Manon Blaas (42) en Ton van der Ham (35) een speciaal, succesvol koppel. “Wij halen het beste bij elkaar naar boven.”
Toen Ton in 2007 verslaggever/regisseur werd bij ZEMBLA, was hij, in de woorden van Manon “een jonge hond en voor de duvel niet bang.” Zelf werkte ze er al vanaf ’99 – sinds 2006 als eindredacteur en researcher – en was ze volgens Ton “wel zijn baas, maar ook kampioen goeie ideeën.”
Het leidde tot een vruchtbare samenwerking en ze wonnen samen al drie journalistieke prijzen. Met Vieze ziekenhuizen, in 2009 uitgezonden, wonnen ze niet alleen de Beeld en Geluid Award maar ook De Loep, de prijs van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ). Voor hun uitzending De Q-koorts epidemie ontvingen ze de Tegel: een prijs voor de beste tv-uitzending in 2009.
“Alle clichés over gezworen duo’s zijn op ons eigenlijk wel van toepassing”, waarschuwt Manon aan het begin van het gesprek. “We zijn allebei even gedreven, hebben aan één woord van de ander genoeg en vertrouwen elkaar blind.”

Jullie onderwerpen zijn niet bepaald sexy: ziekenhuizen, landbouw, de Q-koorts, dioxinepaling…
Manon: “Wij zien allebei in ogenschijnlijk saaie onderwerpen een verhaal. We voelen dan: hier botsen belangen, worden zaken stilgehouden of pakt de overheid niet door. Als we dat voelen worden we heel eager en dan gaan we los.”

Maar hoe werkt dat in de praktijk?
Manon: “Neem ons programma Vieze ziekenhuizen. Ik had aanwijzingen dat het niet goed gesteld was met de hygiëne in ziekenhuizen. Maar om dat aan te tonen, zou iemand undercover moeten gaan als schoonmaker en ik zocht daarvoor al een tijdje een enthousiaste verslaggever die bereid om risico’s te nemen. Collega’s vonden het een goed idee, maar niemand sprong op om het te doen. Toen ik het idee met Ton besprak, zag hij het onmiddellijk voor zich en nog diezelfde middag solliciteerde hij bij ziekenhuizen en ging ik de juridische kant uitzoeken.”
Ton: “Het is in zo’n situatie heel belangrijk dat je met iemand werkt die je blind kunt vertrouwen en die alles goed uitzoekt. Want je werkt met een verborgen camera, onder een iets andere naam en met een gefingeerd cv. Ook de gewetensbezwaren die ik kreeg, kon ik heel goed met Manon bespreken. Je wint namelijk het vertrouwen van collega-schoonmakers, maar je wil niet dat zij straks de gebeten hond zijn.”
Manon: “Dat gewetensvolle vond ik ook voor hem pleiten.”

Dus jullie kunnen elkaars vuurtje flink aanwakkeren?
Ton: “Ja, en als wij in het vooronderzoek samen gesprekken voeren, werkt ons enthousiasme ook aanstekelijk op onze informanten, dat merken we. Ze voelen dat we op één lijn zitten. Later, als ik eenmaal ga filmen, ben ik wel een bijter, want dan wil ik dat ze de informatie leveren die ze eerder beloofd hebben. Ze komen dan weleens bij Manon klagen over die pitbull, en zij is dan degene die ze na afloopt een beetje masseert.”
Manon: “Wat ook prettig is: wij weten meestal in één dag wat onze focus wordt. Misschien doordat we allebei bij actualiteitenprogramma’s gewerkt hebben, waar je snel moet handelen. Bij een onderzoeksprogramma als het onze zijn mensen soms te lang bezig met afwegen: doen we het wel of niet, en wat wordt dan de invalshoek?”
Ton: “Maar als je zo werkt is het wel belangrijk dat je kwetsbaar durft te zijn, juist omdat je soms nog niet weet waar het verhaal heengaat. Ik hoef me bij Manon niet groter en slimmer voor te doen dan ik ben. Als het een keer niet lukt met een interview, zak ik bij haar niet door het ijs.”
Manon: “Dat geldt voor mij net zo, want al ben ik ouder en werk ik langer bij ZEMBLA , ook ik maak fouten en daar schaam ik me niet voor.”

Zijn jullie partners nooit jaloers op deze intense en idyllische samenwerking?
Ton: “Nee, we zijn allebei al heel lang getrouwd – met onze jeugdliefdes – en we gaan ook wel eens met zijn vieren uit.”
Manon: “Weet je, wij zijn niet verliefd op elkaar, dat is het enige wat er niét aan de hand is. Als we wel verliefd waren, zou dit niet werken.”

 

Stan de Jong  en Koen Voskuil (diverse artikelen en boeken)

 De good en de bad cop

Deze week verscheen de biografie van Neelie Kroes, die Stan de Jong (47) en Koen Voskuil (36) samen schreven. Het is alweer hun derde boek. Eerder, in de vier jaar dat ze beiden bij Revu werkten, schreven ze samen artikelen over misdaad.
Ze weten nog goed wanneer ze voor het eerst voelden: Hé, dit zou wel eens een heel vruchtbare samenwerking kunnen worden. Het was begin 2008 en Stan deed al misdaad en andere zware verhalen bij Nieuwe  Revu. Verhalen die hij liever samen met iemand zou aanpakken. Koen mocht net in die tijd onderzoeksjournalistiek gaan doen bij het blad. Opeens was er de kans om samen te werken aan een verhaal over Patrick van der Eem, de man die Joran van der Sloot ontmaskerde.
Koen: “Het moest allemaal heel snel. We zijn in de auto gestapt en naar Arnhem gereden, waar die Van der Eem was opgegroeid en waar  Stan al een paar contacten had.”
Stan: “Die dag verliep alles even fantastisch. Het was schitterend weer en de bronnen vlogen ons als gebraden haantjes in de mond. Overal waar we aanklopten, vertelden mensen ons meteen honderduit. We voelden toen al direct: als wij ergens onze tanden in zetten, dan gaat het goed komen. Binnen een paar dagen hadden we een hartstikke leuk verhaal.”
Er volgden vele gezamenlijk artikelen. Daarnaast werkten ze aan grote onderzoeken die uitmondden in de boeken De Italiaanse maffia in Nederland en De Club van Dollars. Na hun vertrek bij Revu in februari 2010 begonnen ze aan de Neelie-biografie, die veel omvangrijker werd dan ze ooit durfden hopen. Koen deed dat naast zijn baan bij het AD, Stan als freelancer.

Hoe doen jullie dat: samen een verhaal of boek schrijven?
Koen: “Bij artikelen bekijk je wie welke contacten heeft in dat onderwerp en je overlegt wat de insteek wordt. Naar belangrijke afspraken gaan we meestal samen. Tijdens het hele onderzoeksproces, zeker bij het schrijven van een boek, hebben we eindeloos veel tactisch en strategisch overleg: wie benaderen we eerst, hoe doen we dat, wat is slim?”
Stan: “We hebben wel meningsverschillen maar weten elkaar altijd snel te overtuigen. Dat moet ook, anders werkt het niet. En dan het schrijven zelf. Je gaat niet samen achter de computer zitten. Bij artikelen schrijft de een het eerste concept, waar de ander dan weer op reageert. Je leest elkaars stukken en wijst op elementen die nog ontbreken of overgangen die beter kunnen. Bij boeken verdelen we de hoofdstukken, al naar gelang ieders belangstelling.”

Wat is het geheim van jullie productieve samenwerking?
Koen: “Onze kwaliteiten vullen elkaar mooi aan. Ikzelf ben in een interview wat rustiger en geduldiger… Stan: “Meer het type ideale schoonzoon” … Koen: “En jij duikt er vaak wat harder in, dus dan krijg je zo’n natuurlijke verdeling van de good cop en de bad cop. De personen die je spreekt, trekken altijd wat meer naar de een of naar de ander. Daar maken we gebruik van.”
Stan: “In de loop van de tijd hebben we ook van elkaar geleerd. Nu verbaast Koen zich er af en toe over dat ik heel rustig kan reageren.”
Koen: “Jij bent wat diplomatieker geworden en ik juist wat scherper. Die drive van Stan heb ik een beetje overgenomen. Ook bij het schrijven heeft ieder zijn eigen kwaliteit. Stan is wat analytischer en beter in het duiden van de feiten en ik ben meer beschrijvend.”

Wat levert het jullie op om zo samen te werken?
Koen: “Bij die grote, complexe onderzoeken heb je altijd de angst dat je verzuipt in de feiten, dat je niet meer weet aan welk touwtje je moet trekken om weer verder te komen. Met zijn tweeën kom je daar beter uit. Bovendien is het leuker en gezelliger om het avontuur, dat onderzoeksjournalistiek altijd is, te delen.”
Stan: “Iets anders is dat dit werk ook altijd juridisch gedoe met zich meebrengt; het is heel prettig om daar niet alleen voor te staan. Daarbij hebben we soms van doen met gevaarlijke types. Daar kun je beter samen heen.”
Ze zijn het erover eens dat een samenwerking als deze meer is dan een vriendschap. Het heeft wel iets weg van een relatie. “Soms zit je te kibbelen als een stel dat al jaren bij elkaar is.” En dan schiet Stan nog een nadeel te binnen: “De royalty’s van de boeken moet je delen. Dat is wel jammer.”

Roemruchte onderzoeksduo’s*

  • Steven de Vogel (†) & Ton F. van Dijk (beginjaren Reporter)
  • Feike Salverda & Lex Runderkamp (VN & VPRO)
  • Joop van Tijn & Max van Weezel (VN)
  • Frits Barend & Henk van Dorp (VN, Barend & Van Dorp)
  • Gerard Legebeke (†) & Huub Jaspers (Argos, VPRO)
  • Vasco van der Boon & Gerben van der Marel (FD, De Vastgoedfraude)
  • Joep Dohmen (NRC) & Robert Chesal (Wereldomroep)
  • Merijn Rengers & John Schoorl (de Volkskrant)
  • Anneke Kranenberg & Janny Groen (de Volkskrant)
  • Jos van Dongen & André Tak (Zembla, Vara)

*deze opsomming is zeker niet volledig