«Terug naar teksten

Geschreven voor: SER Bulletin

‘Een intensief gesprek werkt soms beter dan een cursus’

Kanttekeningen bij SER advies over levenslang leren

Dat mensen moeten leren zich te handhaven in een turbulente, steeds veranderende samenleving, daar valt weinig op af te dingen. Maar of dat ook betekent dat ze zelf verantwoordelijk moeten worden gesteld voor hun eigen scholing? En dat iedereen op cursus moet? SER bulletin vroeg twee deskundigen om een eerste reactie op het adviesrapport Het nieuwe leren. Een verhaal over loodgieters, afknappers en leerrekeningen.

Sylvia Verhulst


Download artikel als PDF

“Een van de veronderstellingen van dit advies is dat onderwijs leuk is. Maar jij en ik weten dat dat niet waar is. Onderwijs is niet leuk.” Dr. Frans Meijers kan het weten, want de onderwijssocioloog deed vijfendertig jaar onderzoek aan verschillende universiteiten naar volwasseneneducatie, beroepskeuze en levensloop. Sinds vijf jaar heeft hij een eigen onderwijsadviesbureau. “Wat onderwijs leuk kan maken is dat je met leeftijdgenoten optrekt, verder niet. In het beste geval overleef je het onderwijs en als je uit een milieu komt met blanke, hoogopgeleide ouders en veel sociaal en cultureel kapitaal hebt meegekregen, lukt dat meestal wel en haal je je voldoendes.”
De categorie waar de opstellers van het advies zich echter vooral zorgen over maakt, is de groep bij wie dat niet zo ging, de mensen zonder startkwalificatie (tenminste mbo 2-niveau) en anderen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, zoals dat heet. Meijers: “Die mensen zou je via een onderwijsstrategie weer employable moeten maken. Dat deugt niet. Dat idee gaat voorbij aan het feit dat die gasten nou juist geen startkwalificatie hebben omdát ze van het onderwijs vervreemd zijn en er negatieve ervaringen mee hebben. Die willen gewoon niet naar school. Maar in dit rapport staat geen letter kritiek op het onderwijs.”
Meijers is wat sceptisch over het alarm dat is losgebroken over al die werknemers die niet inpasbaar zouden zijn in een flexibele organisatie omdat ze geen startkwalificatie hebben. “Als die mensen, in plaats van gedwongen op scholing gestuurd te worden, op hun werk regelmatig een gesprek zouden krijgen waarin ze serieus genomen werden en waarin ze gevraagd werd: wat maak jij mee aan ervaringen, wat zie jij voor mogelijkheden om jouw praktijk te verbeteren, dan maak ik mij sterk dat op die manier de gewenste flexibiliteit veel beter gerealiseerd zou kunnen worden dan via scholing.”

Leervriendelijk
Een actieplan om alle mensen zonder startkwalificatie bij te scholen, daar ziet ook dr. Frans de Vijlder geen heil in. De Vijlder, strategisch deskundige op het terrein van onderwijs en verbonden aan het Max Goote Kenniscentrum van de Universiteit van Amsterdam: “Dat lukt niet. Voor een groot deel van die groep geldt dat ze daar zelf geen probleem mee heeft en dan vind ik het ook niet nodig om daar veel aan te doen. Anders ligt het voor mensen zonder werk en voor degenen die nog geïntegreerd moeten worden in de Nederlandse samenleving. Leg bij die groep de prioriteit.”
Natuurlijk is het wel nodig om geschikte mogelijkheden te creëren voor mensen die zich nog willen ontwikkelen, vindt De Vijlder. “Onze samenleving moet leervriendelijker worden en mensen meer uitnodigen en stimuleren om zelf actief hun ontwikkeling te volgen en zo hun employability vergroten.” Wat hem echter opvalt is dat er in het advies nog steeds uitgegaan wordt van een traditioneel idee van leren. “Ik zie in dit rapport nog sterk de neiging om te denken in termen van: mensen op cursus sturen. Maar een leervriendelijke samenleving creëren betekent dat je het leren hier en nu, als het relevant is voor iemand, mogelijk maakt. Dat wil overigens niet zeggen dat het nooit institutioneel gebonden kan zijn. Maar er zijn heel veel mogelijkheden om leren en werken en activiteiten als vrijwilligerswerk actief met elkaar te combineren en die worden nog veel te weinig benut.”

Creatief leren
Ook Frans Meijers vindt dat het advies te vaag is over wat er onder ‘het nieuwe leren’ verstaan wordt: “In dit rapport staat op wel tien plaatsen dat ook informele scholing heel belangrijk is, maar dat wordt nergens uitgewerkt en de aanbevelingen gaan alleen uit van wat te sturen is en dat is formele scholing: onderwijs en cursussen.”
Met excuses, maar hij moet nu toch even een lesje geven, anders kan hij niet uitleggen wat hier het essentiële punt is. “Ik leg mijn studenten altijd uit dat er drie heel verschillende vormen van leren zijn, die alledrie een verschillende leeromgeving nodig hebben. Je hebt het conditioneren, wat heel contextgebonden is en wat als nadeel heeft dat je  het voortdurend moet herhalen. In het onderwijs wordt echter vooral gewerkt met een tweede vorm: het ‘reproductieve leren’: kennis uit het culturele kapitaal wordt jou opgediend en jij wordt geacht die te kunnen reproduceren. In dit soort onderwijs moet je vooral één ding heel goed kunnen en dat is inschatten wat de docent belangrijk vindt.
“Maar er is een derde vorm van leren – en dat is de hoogste vorm – die ik het creatieve leren noem. Die begint altijd bij een concrete ervaring die bij jou een leervraag oproept. Bijvoorbeeld als je het voor je kiezen krijgt en denkt: help, wat overkomt mij nu, hoe moet ik hiermee omgaan, hoe moet ik dit duiden? In zo’n leerproces ga je twee dialogen aan: een met jezelf over de zin van wat je meemaakt en een dialoog met anderen over de betekenis van die ervaring. Als je nu werkelijk wilt – zoals in dit advies staat – dat mensen zichzelf sturen en in een turbulente samenleving op een turbulente arbeidsmarkt een koers uitzetten, dan ben je aangewezen op dat creatieve leren, maar dat wordt hier totaal genegeerd.”

Loodgieters
Meijers ziet wel degelijk mogelijkheden om het leren op of vanaf de werkplek te stimuleren. Bijvoorbeeld met behulp van vouchers of individuele leerrekeningen, waar ook de SER veel van verwacht. Een individuele leerrekening is een spaarrekening op naam van de werknemer of werkzoekende, waar de betrokkene gebruik van kan maken voor de bekostiging van een cursus of opleiding. De leerrekening kan worden gevuld door de werknemer zelf, door de werkgever of door de overheid. De kern is dat de werknemer zelf kan kiezen aan welke scholing hij of zij het geld besteedt. CINOP (Centrum voor Innovatie van Opleidingen) heeft het afgelopen jaar acht verschillende experimenten uitgevoerd met individuele leerrekeningen.
Twee experimenten met leerrekeningen en vouchers heeft Meijers nauwgezet gevolgd, beide in de installatiebranche. Het ging om loodgieters en verwarmingsmonteurs die allemaal hun vak in de praktijk leerden en die een scholingswens mochten bedenken. Die twee heel verschillende projecten illustreren volgens hem uitstekend onder welke voorwaarden dit systeem wel en niet werkt. “Deze mensen zijn wel degelijk te prikkelen, maar alles hangt af van een goeie begeleiding. Die ontbrak er hoegenaamd in het ene project in de noordelijke provincies, waar de betrokkenen alleen een brief kregen over het project. Er wordt nu wel heel juichend over gedaan, maar de resultaten daar vielen erg tegen. Als het al van de grond kwam was het door de baas, die er een extra subsidiemogelijkheid in zag.”

Zo koud
“Bij het andere project, in de regio Rivierenland, was de begeleiding in handen van een bureau dat heel goed bekend was bij de branche. Die begeleiders gingen bij alle bedrijven langs en legden persoonlijk aan elke individuele werknemer uit wat die rekening inhoudt. Vervolgens voerden ze intensieve loopbaangesprekken om erachter te komen wat die werknemer nu echt zou willen. Ook regelden ze veel praktische dingen voor ze. Daar zag je dat juist ‘de onderkant’ van het personeel in die bedrijven zich ging scholen.”
Vouchers en leerrekeningen werken dan ook alleen als de begeleiding erop gericht is dat de betrokkene kan reflecteren op het werk en daar ook toe uitgedaagd wordt, meent Meijers. Het moet een gesprek zijn waarin mensen gevraagd wordt naar hun ervaringen op hun werk, wat ze eventueel missen en waar ze ontwikkelingsmogelijkheden zien voor zichzelf. “Je moet met regelmaat een gesprek hebben met iemand die je vertrouwt en dat is zelden je baas.”
Overigens is het hem in de installatiebranche opgevallen dat de leerrekeningen betere effecten hebben naarmate er in het bedrijf al een geregeld contact is tussen personeel en werkgever. “Als er in de normale situatie al een dialoog is, dan heeft zo’n voucher als effect dat er geïnvesteerd wordt in zowel de verbreding van de vakbekwaamheid als in persoonlijke ontwikkeling. Meijers: ”Het kan toeval zijn of niet, maar dat waren wel vaak kleine bedrijfjes met vier of vijf man personeel.Grotere bedrijven hebben het op papier vaak veel beter voor elkaar met een aparte personeelsfunctionaris en functioneringsgesprekken. Maar heel vaak is dat contact zó koud, het gaat nergens over.”

Ontschotting
Ook Frans de Vijlder is een warm voorstander van vouchers en ontwikkelingsrekeningen. Al zou hij simpeler willen beginnen: “Ik verwacht al een uitnodigend effect als elke Nederlander jaarlijks een brief zou krijgen met: ‘U heeft een ontwikkelingsrekening met dit bedrag waar u dat-en-dat mee kunt doen. U kunt hierover advies vragen bij een consulent’. Net zoiets als het jaarlijkse pensioenoverzicht.”
Verder vindt hij dat er ook aandacht moet zijn voor de randvoorwaarden: dat mensen cursussen kunnen doen op tijden dat het hen schikt, dat er kinderopvang is en zonodig voorzieningen als een computer thuis. Maar hij is wars van vrijblijvendheid als dit gebeurt met publiek geld: “De betrokkenen moeten dan ook echt een commitment aangaan en aangesproken kunnen worden op hun ambities. Als iemand niet komt opdagen op een cursus moet je hem ook kunnen vragen: waarom was je er niet?”
Om levenslang leren mogelijk te maken ziet De Vijlder tenslotte op macroniveau de noodzaak van ‘ontschotting’ van budgetten en arrangementen, zodat er meer maatwerk geleverd kan worden. Zo moeten inburgering en scholing bijvoorbeeld meer doorlopende leerwegen zijn dan nu het geval is.

Kennisland
De Vijlder is het in grote lijnen wel eens met het uitgangspunt van het advies dat Nederland kennisland moet worden. Een idee wat Meijers ronduit ‘kletskoek’ vindt. Hij heeft de indruk dat dit advies kennis ‘mythologiseert’ en hij acht het ook niet bewezen dat scholing per definitie de productiviteit verhoogt. “Het is wel zo dat mensen in een onzekere situatie voortdurend bezig moeten zijn met zich te heroriënteren. Maar dat kan in mijn ogen net zo goed gebeuren met een intensief gesprek, zoals ik al eerder zei. Daar leer je ook van en ik ben ervan overtuigd dat dan een heleboel van die scholing niet nodig is.”
Mensen komen alleen maar van hun stoel af om iets te leren door ‘een grenservaring’, zoals Meijers dat noemt. Maar als ze zich happy voelen, dan moet je ook niet zeuren over cursussen, vindt hij. “In de bar waar ik jarenlang mijn brood verdiende hing een bordje met de tekst ‘Het betere is de vijand van het goede’. En zo is het maar net.”
Er moet veel meer werk gemaakt worden van het scholen van de beroepsbevolking. Flexibele, goed geschoolde werknemers zijn nodig om in te spelen op de structurele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Maar dat niet alleen, het upgraden van de beroepsbevolking is ook onontbeerlijk om “de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te worden” – een doel dat Nederland zich gesteld heeft. Er is nog een lange weg te gaan om die ambitie waar te maken, want ons  land scoort, vergeleken bij landen als Zweden, Groot-Brittannië, Denemarken en Finland, nog maar middelmatig als het gaat om postinitiële scholing.
In het advies van de SER, Het nieuw leren, zijn bovenstaande uitgangspunten onomstreden. Maar hoe kunnen mensen nu gestimuleerd en uitgedaagd worden om een leven lang te blijven leren? Het rapport geeft, naast een indrukwekkende opsomming van knelpunten, als belangrijkste advies: geef het individu meer verantwoordelijkheid voor zijn eigen leerproces. Daarbij is wel een voorwaarde dat er een open scholingsmarkt is, die meer dan nu vraaggestuurd werkt.
Een andere aanbeveling is het ontwerpen van een actieplan voor de twee miljoen mensen die geen startkwalificatie hebben. De overheid zou de achterstanden van deze groep de komende jaren moeten wegwerken.