«Terug naar teksten

Geschreven voor: Metaaljournaal, over opleidingen in de metaalbewerking

De staalmeester van Piet Hein Eek

Niet alleen de meubels van Piet Hein Eek zijn uit speciaal hout gesneden – dat geldt ook voor de medewerkers van deze ontwerper. Zeker voor Marco van Stratum (32), die in het bedrijf de metaalwerkplaats runt. ‘Je moet hier constant improviseren. Daar moet je tegen kunnen.’

Download artikel als PDF

Het is geen gewone showroom: de bovenste verdieping van deze verbouwde fabriekshal. Eerder een verzameling wonderlijke meubels waarvan sommige uit sprookjes afkomstig lijken. Piepkleine stoeltjes die zó uit een boomstam gehouwen zijn en waar alleen de kabouters nog ontbreken. Stoelen gemaakt van vloerdelen, een stapelledikant van sloophout, maar ook vitrinekastjes van roestvrij staal en polycarbonaat, heel fijn en precies geconstrueerd. Onverwachte vormen en materiaalcombinaties.

Aan het eind is een glazen wand waardoor de bezoeker naar beneden kijkt, recht in de ruimtes waar al dit moois gemaakt wordt. Van bovenaf oogt de bedrijvigheid in die werkplaatsen als een middeleeuws schilderij. Daarop gebeurt ook altijd veel tegelijk en is iedereen druk met zijn eigen dingen, alleen of in groepjes.

Uitdokteren

“Deze ruimtes en die extra verdieping zijn allemaal onze eigen verzinsels en hebben we ook zelf uitgevoerd” vertelt Marco van Stratum trots. “Toen ik hier kwam werken, acht jaar geleden, heb ik allereerst de staalconstructies van de hal uitgetekend. Met mijn komst had het ook zin om metaalmachines aan te schaffen. Voorheen was er alleen een lasapparaat en een slijptol. Ik heb hier de hele metaalwerkplaats opgezet.”

Op de vraag wat eigenlijk zijn functie is, aarzelt Marco. Hij is niet alleen ontwerper, niet alleen metaalbewerker en ook niet alleen meubelmaker. “Eigenlijk ben ik dat allemaal. Ik ben de schakel tussen het ontwerp en de uitvoering. Zeg maar productontwikkelaar en projectleider. Vaak zijn de ideeën van Piet niet meer dan schetsjes met globale richtlijnen en dan moet ik uitdokteren hoe we die ideeën kunnen uitvoeren. Inmiddels heb ik aan een half woord van Piet genoeg.”
Dat is nou juist het mooie van dit bedrijf, vindt hij: dat de rol van bedenker en maker nog heel dicht bij elkaar liggen. Naast het uitdokteren vindt hij het trouwens ook leuk om zelf de prototypes uit te voeren. Hij houdt juist van die veelzijdigheid.

Bestaat er wel een opleiding voor het werk dat jij doet?
“Nee, voor het maken van metalen meubels bestaat er geen opleiding. En als enkel plaatwerker schiet je hier ook te kort. Ik heb zelf de lts gedaan, toen de mts en daarna de kunstacademie, richting architectonische vormgeving. Het lijkt een ongebruikelijke loopbaan, maar achteraf vind ik dat die opleidingen elkaar juist mooi aanvullen. Veel studenten op zo’n kunstacademie komen van de havo of het vwo en hebben nog nooit een hamer vastgehouden of iets gelast. Ik was degene die dat wél kon en dat hielp me om dingen te bedenken die niet alleen origineel, maar ook uitvoerbaar zijn.”

Je hebt nu een baan in een ongewoon bedrijf. Waar moet je tegen kunnen als je hier werkt?
“Dat het allemaal soms heel chaotisch verloopt. Je hebt hier geen rust aan je hoofd en moet constant switchen. Dat komt ook doordat we op de metaalafdeling vaak maar enkele stuks produceren, of kleine series van hooguit vijf of tien exemplaren.
Soms ook blijken dingen die je hebt uitgedacht helemaal niet te kunnen. En dan moet je toch die einddatum halen. Er worden hier hoge eisen gesteld aan je oplossend vermogen. Je krijgt geen voorgekauwde richtlijnen. Bij veel andere productiebedrijven sta je de hele dag hetzelfde te doen, maar dat komt hier nauwelijks voor. Van ons als werknemers wordt verwacht dat we ons constant bewust zijn van wat we aan het doen zijn. Als je daar allemaal niet tegen kunt, dan houd je het hier niet vol.”

Ik zie hier heel veel verschillende meubels en objecten. Met welke dingen heb je zelf het meest?
Zijn ogen dwalen door de ruimte, langs de lange aluminium hanglampen, de metalen kast die met behang bekleed is, de objecten van plaatwerk, koper, staalplaat en messing. “Weet je, ik houd eigenlijk het meeste van producten die bepaalde slimmigheden in zich hebben.”

 Daar moet je een voorbeeld van geven.
Hij wijst naar een metalen lampenkapje: “Piet komt een keer bij me en zegt: we hebben een opdracht voor lampenkapjes. Hij schetst een halfronde schemerlamp en vraagt of ik daar iets van kan maken. Maar ik weet: dat kunnen we helemaal niet, want wij hebben geen wals staan om een kap rond te maken. Wel hebben we een kantbank: een machine waarmee je metaal omvouwt. Zo is deze vorm ontstaan. We noemen ze plisé-lampjes omdat ze ook iets hebben van die oude, geplooide oma-lampjes.
Dat is een goed voorbeeld van een product dat niet alleen ontstaan is vanuit een idee, maar ook vanuit de beperkingen – aan machines in dit geval – die we onszelf hier opleggen. Het is een beetje een spel: dat je het met die randvoorwaarden kunt doen.”

Hoe houd je je kennis en vaardigheden up to date?
“We leren hier vooral van en aan elkaar. De overdracht gaat op een puur ambachtelijke manier, zoals het vroeger ging.”

Een bijzonder bedrijf

Ze zijn al vijftien jaar beroemd in binnen- en buitenland: de kasten, tafels, stoelen en tuinhuisjes van Piet Hein Eek. Ze zijn ook geregeld in musea te zien.
De ontwerper werd bekend met zijn ‘deurenprojecten’: nieuwe kasten, gemaakt met oude deuren. Nog steeds verwerkt hij niet alleen sloophout, maar ook restmaterialen uit de industrie en de natuur – boomstammen bijvoorbeeld – in zijn meubels. Ook zijn aluminiumcollectie werd een klassieker.
Eek wil laten zien dat je met niet-volmaakte materialen en met een beperkt aantal machines toch unieke, mooie producten kunt maken. Een uitgangspunt van het bedrijf is dat ontwerp en uitvoering onder één dak plaatsvinden: alles in eigen hand. De productie is niet fabrieksmatig; van de meeste meubels worden maar enkele stuks of kleine series gemaakt. Je vindt ze niet in de grote woonwinkels.