«Terug naar teksten

Geschreven voor: Beroep:Docent

’Ik houd van bijdehante en ambitieuze studenten’

Download artikel als PDF

‘Ik houd van bijdehante en ambitieuze studenten’

Beroep:Docent reist het land door met een koffertje met vijftig vragen. Rolf Stam (45) trekt er blind zeven uit. Hij is docent marketing op het Instituut voor media en informatie management van de Hogeschool van Amsterdam.

Sylvia Verhulst

Waar zie je na de vakantie het meest tegenop?
‘Weer in het ritme komen. Maar dat ben ik kwijt zodra ik de school binnenkom, ik vind het altijd weer leuk om mijn collega’s te zien. En het onderwijs heeft één groot voordeel: dat je mailbox leeg is als je terugkomt van vakantie. Tot vijf jaar geleden werkte ik bij Heineken en dan had ik na drie weken 250 mailtjes en was ik meteen mijn vakantiegevoel kwijt.’

Wat kunnen de studenten van nu beter dan die van vroeger?
‘Presenteren. Ik verbaas me er altijd over hoe goed ze dat kunnen. Ze zeggen dat ze zenuwachtig zijn, maar voor een zaal van tachtig man staan ze zó een goed verhaal te houden. Dat leren ze al op de middelbare school.’

Met welk type student kun je ‘lezen en schrijven’?
‘Ik houd van bijdehante en ambitieuze studenten. En ik ben een meidenman; ik vind vrouwelijke studenten leuker, ha ha! Vooral als het vlotte meiden zijn die mij op een volwassen manier bejegenen. Ik ben dan ook blij dat ik twee dochters heb en geen twee zonen. Van die testosteronbommen, daar moet ik niks van hebben.’

Wat was je beste optreden als docent?
‘Een hoorcollege dat bijna een conference werd. Van de vijftig minuten die dat duurde, had ik ze veertig minuten aan het lachen. Soms heb je dat, dan wordt het steeds gekker. Of ze er veel van leren weet ik niet, maar eigenlijk vind ik dat zelf het leukste: dat ik ze aan het lachen kan maken.’

Welke werkvorm geeft jou de meeste vreugde?
‘Ik ben iemand die meer geneigd is tot zenden –verhalen vertellen – dan tot actieve werkvormen. Die pas ik nog te weinig toe. Maar als je ze zelf dingen laat ontdekken, onthouden ze het beter en dan staat het zweet op de goeie ruggen, hè.’
Waarover word je heilig verontwaardigd?
‘Over studenten die de fout altijd bij de school leggen en niet bij zichzelf. Laatst had ik een student die zijn stagerapport barstensvol taalfouten had ingeleverd. Toen mopperde hij: “Belt u me daar nu pas over, nu kom ik in de knoop.” Dan zeg ik: “Hallo, jij levert deze bagger te laat in, ik kijk het binnen een week na en dan zeg jij nog eens dat ik eerder had moeten reageren. Dat pik ik niet.’

Stel, je was directeur van je opleiding, wat zou je dan als eerste veranderen?
‘Ik zou strenger op de kwaliteit toezien. Iedereen kan maar voor die klas gaan staan en er is niemand die erop toeziet hoe goed of slecht die persoon is. Dat geldt ook voor mezelf. Ik krijg van de studenten wel goeie beoordelingen maar ik zou ook wel eens willen weten wat mijn collega’s ervan vinden.’